www.foekjedillema.nl

Wie was Foekje Dillema?

Foekje Dillema werd in het Friese gehucht Burum geboren op 18 september 1926. Ze was de derde dochter in het gezin Dillema. Later zouden er nog vijf kinderen volgen. Foekje is bij de burgerlijke stand aangegeven als meisje. Dat staat op haar geboorteakte. Er was in het gezin Dillema geen enkele twijfel over haar geslacht: ze hadden een dochter gekregen.

Later hebben wel veel mensen daar wel over getwijfeld. Fanny Blankers dacht zeker te weten dat ze man was en weigerde tegen Foekje te lopen. Ze heeft haar zelfs bespied in de kleedkamer. Ook in Engeland waar Foekje een schitterende wedstrijd liep, waren ze al voorbereid op de komst van een 'stoere meid', zoals er zoveel rondliepen op de baan.

Foekje groeide op in een arm en warm gezin dat bijzonder gastvrij was, Eenvoudige, bescheiden en aardige mensen met weinig opleiding volgens moderne maatstaven. Ook Foekje ging direct na de lagere school aan het werk als hulp in de huishouding. We zouden haar nu alfahelpster noemen. Een echte Assepoester dus.

Foekjes finest hour was op 18 juni 1950 toen ze voor de ogen van het koningshuis en een groot dolenthousiast publiek een nieuw nationaal record liep op de 200 meter: 24.1. Ze was die dag de snelste vrouw van de wereld geworden. Het oude wereldrecord stond immers al heel lang in de boeken. De medailles werden voor Helsinki 1952 al klaargelegd.

Binnen drie weken na die 24.1 werd Foekje naar een geslachtskeuring gestuurd. Foekje weigerde te gaan en is enkele dagen later geschorst. De KNAU heeft haar te verstaan gegeven dat ze 'geen meid was' (let wel: er is nooit gezegd dat ze een man was). Het was een ronduit schokkende mededeling voor haar. Vervolgens is haar record binnen net zoveel tijd uit de boeken gehaald als Foekje nodig had om de 200 meter af te raffelen.

Op het station van Hilversum waar Foekje zich op 13 juli voegde bij het nationale team voor een interland is ze uit de trein gehaald. Drie mannen van de KNAU hebben haar te verstaan gegeven rechtsomkeert te maken. Ze kreeg een enkele reis Burum in handen geduwd en maakte de langste reis van haar leven.

Haar leven lag in scherven op de grond. Foekje dook onder, twee jaar lang. Daarna altijd een hoofddoek om op straat, ze had sociale angst gekregen. De sport bleef ze altijd trouw, passief en actief als (onbevoegd) trainer, schaatsster en hardloopster bij plaatselijke wedstrijden en verenigingen.

Haar leven was een tragedie. Ze kon bij tijd en wijle diep in de put zitten. Ze was stug, snel aangebrand, heeft nooit het geluk teruggevonden dat ze op de sintelbaan had. Ze leidde een eenzaam leven. Foekje is op Sinterklaasochtend 2007 overleden.