Foekje op de kortebaan: "Ik kan beter lopen."

Foekje was naast hardloopster een fanatieke schaatsster. Ze kreeg het thuis met de paplepel ingegoten. Het gezin Dillema maakte tochten naar Zoutkamp en uiteraard naar Dokkum om de Elfstedenrijders te zien. Met zijn allen aan de stok. Haar zus Aafke herinnert zich dat die stok een oude bezemsteel was, want het gezin Dillema was staartarm.

Op het ijs was Foekje even rap als op de sintelbaan. Ze won in de jaren 50 diverse rijderijen. Op 1 februari 1950 wint ze samen met F. Noordenbos uit Buitenpost een estafetterijderij van paren in Kollum. In zo'n wedstrijd op een ronde baan wisselen man en vrouw elkaar af na een of twee ronden.

Op 25 januari 1950 staat Foekje op de korte baan in Drachten. Een komisch bericht volgde in de Leeuwarder Courant:

Vlak voor de aanvang van de vrouwenrijderij in Drachten stond Foekje Dillema, die voor het eerst op de korte baan verscheen met een hulpeloos gezicht te kijken naar haar rechterschaats waarvan zowel ijzer als hout was gebroken. Foekje had geen reserveschaatsen bij zich en het zag er dus even donker voor de Friese athlete uit. Doch op de korte baan heerst gelukkig een sportieve en behulpzame geest en Ike Nienhuis bood Foekje spontaan een paar van haar reserveschaatsen aan. Foekje accepteerde deze dankbaar, maar de schaatsen konden haar toch niet tot grootse prestaties inspireren: "Ik kan beter lopen," merkte Foekje na haar nederlaag op.