24.1

In de lente van 1950 is de Friese kampioene vol levenslust en wil aan Europa laten zien dat zij de snelste vrouw is op de 200 meter. Heel Nederland en vooral haar kleine wereld in Burum zouden dan aan de radio gekluisterd zitten. In augustus staan de Europese kampioenschappen gepland in Brussel. Maar eerst was er een Olympische Dag in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Die dag memoreerde het bestaan van de Olympische Spelen. Zestienduizend toeschouwers, onder wie Koningin Juliana en Pins Bernhard komen af op de dag in Amsterdam. Er staat veel atletiek op het programma en Foekje beleeft haar finest hour.

Fanny blijft langs de baan staan, ze wil niet lopen op de 200 meter, het is haar te lang, zegt ze hoewel ze het nationaal record in handen heeft en het Olympische goud. Foekje kent haar zwakke start en acht zich niet goed genoeg voor de 100 yards die Fanny loopt. Foekje start op 'haar 200 meter'. Ze loot de ongunstige vijfde baan. Even voor de start gaat de zon schijnen en de beregende baan ligt er uitstekend bij. Als het startschot klinkt gaat Foekje voor haar doen razendsnel weg en gaat zelfs al na de eerste 100 meter aan kop.

De tweede honderd meter is haar specialiteit en Foekje wint met grote overmacht, opgezweept door het publiek. Haar voorsprong bedraagt meer dan tien meter. Ze loopt een nieuw Nederlands record van 24.1, bovendien de op een na beste tijd ooit gelopen. Fannys record van 24,2 is met een tiende gebroken. Fanny is verslagen in het bijzijn van het Koninklijk Huis door een vrouw die acht jaar jonger is en dus meer toekomst voor zich heeft.

Met haar nieuwe record is ze een directe bedreiging voor de toekomst van Fanny op de 200 meter. Het moet een enorme deceptie zijn geweest voor Fanny. Toch is ze de eerste die Foekje komt feliciteren, maar ze is dan ook de meest aangewezen persoon om dat als eerste te doen. De bekende fotograaf Van Meerendonk fotografeert de kus en beide titanen vervolgens als twee dikke sportvriendinnen.